Locatie: Van der Giessenweg 6h, Krimpen aan den IJssel
Het Stormpoldervloedbos ontstond door dijkdoorbraken en aanslibbing langs de rivier. Op de hogere delen groeide een vloedbos met knotwilgen, dat eeuwenlang werd gebruikt als hakgriend: een productiebos waar wilgentakken eens per drie jaar werden geoogst.
Het wilgenhout werd verwerkt tot manden, palingfuiken, hekken en zinkstukken voor oeverbescherming. Na de Tweede Wereldoorlog raakte de griendcultuur in verval. Tegenwoordig is een deel van de hakgriend hersteld om dit cultuurhistorische erfgoed zichtbaar te houden.
Via het oeverpad ervaart u hoe grote delen van Nederland eruitzagen vóór de bedijkingen, ruim duizend jaar geleden. Een belangrijke rol in het behoud van het gebied speelde Pier Werksma, die een afstudeerscriptie schreef over de buitendijkse gronden in Krimpen aan den IJssel en Krimpen aan de Lek.
Nadat de gemeenteraad in 1971 koos voor natuurbehoud in plaats van afgraving, leidde Werksma met de gemeente Krimpen aan den IJssel, Rijkswaterstaat en Zuid-Hollands Landschap de ontwikkeling en openstelling van het gebied. Zo kreeg de hakgriend een natuurfunctie om op deze plek de karakteristieke zoetwatergetijdennatuur te behouden. Sinds 1993 is het Stormpoldervloedbos toegankelijk als recreatief natuurgebied met bijzondere flora en fauna.