Locatie: Poldersedijk, Krimpen aan den IJssel
Wie hier op de hoek van de Haven en Poldersedijk over het water kijkt, ziet een terrein met een rijke, maar ook beladen geschiedenis. Op deze plek stond ooit een steenplaats. Rond 1885 maakte die plaats voor een koolteerfabriek, die omstreeks 1920 onderdeel werd van de Utrechtse Asphaltfabriek. Later ging het bedrijf verder onder de namen De Teerunie en uiteindelijk Cindu.
Jarenlang meerden hier schepen af met ladingen koolteer, een restproduct uit gas- en cokesfabrieken. In de fabriek werd de teer verwerkt en gekraakt. Daarbij ontstonden onder meer benzol, naftaline en fosfor; grondstoffen die destijds onmisbaar waren voor de chemische industrie.
De fabriek betekende werk en welvaart voor velen, maar had ook een hoge prijs. De productie liet diepe sporen na in de lucht, de bodem en het water. In 1970 kwam een einde aan de activiteiten op deze locatie, toen Cindu de productie verplaatste naar het moederbedrijf in Uithoorn. De geschiedenis van deze plek is echter nog altijd zichtbaar – niet alleen in het landschap, maar ook in de verhalen die erover worden verteld.
foto: Koolteerfabriek met het zogenoemde Koolteerbruggetje: vanaf 1884 de eerste verbinding van Krimpen met de Stormpolder en in 1954 afgebroken.
Na het vertrek van Cindu nam de Exploitatie Maatschappij Krimpen (EMK) het terrein over voor de opslag en verwerking van afvalstoffen. Dat had grote gevolgen: de bodem raakte zwaar verontreinigd met teer, olie en chemisch afval. Het terrein groeide uit tot een van de ernstigste vervuilde locaties van Nederland.
Na jarenlang onderzoek en voorbereiding wordt het gebied grootschalig gesaneerd. Stap voor stap wordt het gebied geschikt gemaakt voor een nieuwe toekomst. Wat ooit symbool stond voor vervuiling, verandert daarmee langzaam in een plek van herstel en vernieuwing.