Locatie: ter hoogte van IJsseldijk 332, Krimpen aan den IJssel
Eeuwenlang klonk langs de oever van de Hollandsche IJssel het ritme van hamer en hout, klinknagel en staal. Dit was het terrein dat nu bekend staat als het Van Duijvendijkterrein, vernoemd naar de familie die in 1940 eigenaar werd van de scheepswerf.
De geschiedenis van deze locatie gaat echter veel verder terug. Al vanaf de 17e eeuw werden hier binnenvaartschepen gebouwd voor het vervoer van personen en goederen tussen het achterland en de steden Dordrecht en Rotterdam. Krimpen lag destijds aan een belangrijke vaarroute naar Amsterdam en speelde daardoor een strategische rol in de regionale scheepvaart.
In 1827 kwam de werf in handen van de firma Otto & Zonen die ook handelsschepen maakte voor de vaart op Nederlands-Indië. Later richtte de werf zich ook op de bouw van schepen voor de Rijnvaart.
Een bijzonder overblijfsel uit deze periode is de nog altijd zichtbare dwarshelling, aangelegd in 1901. Vanaf deze helling werden schepen zijwaarts te water gelaten. Daarnaast staan op het terrein twee meer dan honderd jaar oude loodsen, die vanwege hun zeldzame architectuurhistorische waarde van grote betekenis zijn.
Na de stillegging van de werf in 1910 bleef het terrein jarenlang braak liggen. In 1940 gaf de familie Van Duijvendijk de locatie een nieuwe toekomst met scheepsreparatie en scheepsbouw. De familie bezat oorspronkelijk een scheepswerf aan het Boveneind, langs de IJsseldijk richting Ouderkerk, totdat een bochtafsnijding in de rivier de bedrijfsvoering onmogelijk maakte.
In de decennia die volgden groeide de scheepswerf uit tot een gerenommeerd familiebedrijf waar vakmanschap en innovatie hand in hand gingen. De werf werd bekend om het verlengen van schepen door er een stuk tussen te zetten.