Locatie: Rijsdijk 64, Krimpen aan de Lek
Als scheepswerven in Nederland zijn vooral bekend die van de ‘Smitten’. In eerste instantie die van de drie broers: Fop (1777-1866), Jan (1779-1869) en Corn. Smit (1784-1858). In 1847 begonnen Jan (1824-1911) en Kornelis (1826-1910), zoons van Jan Smit, in Kinderdijk een werf onder de naam J. en K. Smit. De zaken gingen in Kinderdijk zo goed, dat ze in 1853 een nieuwe werf in Krimpen aan de Lek kochten, waar Kornelis, ook wel Kees genoemd, de zorg op zich nam, terwijl Jan de werf in Kinderdijk bleef beheren.
De aan de Rijsdijk te Krimpen aan de Lek geboren Pieter van der Hoog maakte Krimpen aan de Lek aan het einde van de 19e eeuw tot de thuishaven van de grootste vloot van de Nederlandse Grote Zeilvaart. Reder J. H. van Santen stelde in 1863 de toen 28-jarige Pieter aan als kapitein op de nieuwe 746 ton houten bark Bastiaan Pot.
Genoemde Pieter en Kornelis waren vele jaren overbuurmannen en zakenvrienden. Kornelis was een bekwaam en hardwerkend scheepsbouwmeester; een man van weinig woorden. In stilte hielp hij ook de armen in zijn woonplaats. Hoogstandjes in de geschiedenis van de werf waren o.a. de bouw van in Nederland grootste gebouwde zeilschepen de Geertruida Gerarda van 2404 ton viermastbark te water gelaten op 19 november 1904 en de viermast bark Jeannette Francoise van 2300 ton.
Over het leven van kapitein en reder Pieter van der Hoog (1835-1906) uit Krimpen aan de Lek is te lezen op de website van Riet van Cappellen-van der Hoog
De bel is afkomstig van de driemast ijzeren bark ‘Krimpen aan de Lek’ gebouwd in 1885 in opdracht van reder Pieter van der Hoog op de werf J&K Smit, beiden gevestigd aan de Rijsdijk. Het zeilschip meet 1078 ton en was bedoeld om vrachten overzee te vervoeren. Het schip is in 1902 vergaan in Straat Torres voor de kust van Papoea-Nieuw-Guinea bij de Fly rivier. Het was met kolen geladen op weg van Newcastle (Oost-Australië) naar Semarang op Java (Indonesië). Kapitein Van der Vegte wist zich met zijn 20-koppige bemanning te redden.
In 1985 is deze scheepsbel, hangend aan een mast van het gekapseisde schip, gevonden door de duiker Jim Prescott uit Darwin (Noord-Australië). Hij was van mening dat de bel in Krimpen aan de Lek thuishoorde. Op 27 juni 2015 heeft Jim deze scheepsbel officieel overgedragen aan de Historische Vereniging Crempene en daarmee aan de Krimpense bevolking. Tijdens de overdracht waren de nazaten van de reder aanwezig. De scheepsbel en het originele schilderij van de bark ‘Krimpen aan Lek’ hangen nu in het Cultuurhuis aan De Markt 201 en is bij openingstijden te bezichtigen.
Tijdens de crisis in de dertiger jaren kwam de scheepsbouw in moeilijkheden en als reparatiewerf raakte men in Krimpen achterop. De oorspronkelijke leiders van de familie Smit waren gestorven. Na de oorlog is men begonnen om de zaak weer op te bouwen. Men heeft toen de ‘Aluminium Verwerkende Industrie (AVI)’ opgericht. Er werd ook op de bouwhelling een overkoepelende loods gezet voor de bouw van twee aluminium mijnenvegers ten behoeve van de marine: Ommen M813 en Gemert M841.
De Aluminiumfabriek gaat in 1969 inkrimpen en zich dan alleen nog bezig houden met het maken van aluminium speelwerktuigen. Dit duurde tot 1978. Bekend zijn vooral de speeltoestellen van de Amsterdamse architect Aldo van Eyck, die in aluminium werden uitgevoerd. Opvallend waren vooral de aluminium klimkoepels in iglovorm.
Alle loodsen zijn nu afgebroken en van de scheepswerf resteert enkel nog een deel van de scheepshelling. De karakteristieke directeurswoning staat nog steeds aan de Rijsdijk.
RTV Krimpenerwaard maakte in de serie ‘Terug naar Toen’ een uitzending over de scheepsbouw in Krimpen aan de Lek.
Aan Rijsdijk 64 staat een in omstreeks 1865 gebouwde fabrikantenvilla. Die behoorde bij de voormalige scheepswerf J&K Smit. Het was de directeurswoning en later gebruikt als kantoor, nu is het een woonhuis. Het ligt buitendijks aan de voet van de kruin van de dijk. Het is twee verdiepingen hoog en heeft een plat dak. Het is gepleisterd tot aan de dakrand met gepleisterd plint en hoekpilasters en kroonlijst met attiek. Er zijn rechthoekige ramen met eenvoudige lijst en afgeronde hoeken. Boven de entree is een balkon met smeedijzeren hekwerk.
Achter de fabrikantenvilla lag van 1853 tot 1947 op de landtong de scheepswerf ‘J. & K. Smit’. Op het terrein van de scheepswerf lagen meerdere scheepshellingen, o.a. een dwarshelling. Nu resteert enkel nog een deel van de langscheepshelling. Het restant van de helling is te zien vanaf de dijk naast het huis Rijsdijk 64. Het is geen monument, maar wel bijzonder voor de historie van Krimpen aan de Lek. Het terrein aan de Rijsdijk ligt er al jaren verlaten bij.
Ook is naast het terrein nog de haven met de naam Karimatagat.
Deze plek is genoemd naar een tinbaggermolen die daar in 1939 tijdelijk opgelegd is geweest. In de 19e eeuw heeft het dienst gedaan als veerhaven voor de overtocht naar Kinderdijk. Daarna was in deze haven een dwarshelling van de scheepswerf en ernaast lag de reparatiehaven voor de Lekboten. Nu is het de thuishaven van de historische tjalk De Zeldenrust.
Het terrein achter Rijsdijk 64 staat tegenwoordig bekend als IHC terrein. De laatste industriële activiteiten op het terrein waren in 1980. De eigenaar was toen IHC Holland B.V en die is nog steeds eigenaar. Er zijn in de loop der jaren veel projectontwikkelaars bezig geweest met ontwerpplannen voor woningbouw op dit terrein.
Tot nu toe is er nog steeds geen definitief plan goedgekeurd en ligt het terrein braak.
Lees meer over de huidige stand van zaken