Locatie: Voorstraat 114, Lekkerkerk
Lekkerkerk stond eeuwenlang bekend om zijn zalmvisserij. De Lek was een echte zalmenrivier met grote vangsten. Bekend is het verhaal dat dienstboden bij het aannemen van een betrekking bedongen dat zij niet meer dan twee keer per week zalm moesten eten. Dit verhaal is overigens in alle dorpen langs de Lek en Rijn waar op zalm werd gevist bekend.
Winterzalm werd gevangen van november tot mei, en na mei kwam in juli en augustus de zomerzalm.
De winterzalm woog 20 tot 30 pond.
De zomerzalm, de St. Jacobszalm, was lichter en woog 3 tot 8 pond. Het neusje van de zalm heette het fijnste te zijn, maar anderen gaven de voorkeur aan de middenmoot.
In 1568 legde een aantal zalmvissers een verklaring af dat zij, als er geen zalm was, op karper of bliek visten.
Was er wel zalm dan namen zij na elke vangst gezamenlijk een meetzalm mee.
In het kohier van de tiende penning van 1562 kon worden nagegaan dat de zalmvissers ook boer waren.
Deze combinatie treffen we ook aan bij Gerrit Bastiaansz. De Hals, beter bekend als De Groote Boer die 2,16 meter lang was midden 17e eeuw.
Hij was letterlijk en figuurlijk een opvallende verschijning.
Bekend is dat scheepsbouwer Van Duijvendijk in 1777 veertig zalmschouwen verhuurde. De zalm was een geliefd product. De vangst vond plaats door middel van netten. Je had de zegen- en de drijfvisserij en visserij met behulp van staketsels. Daartussen werden fuiken of netten geplaatst. Hoe dit werkte is hier te lezen. De zegenvisserij was de belangrijkste vorm. Hier kon de zalm niet ontsnappen, grote opbrengsten waren dus gegarandeerd. De drijfvisserij hield het langst stand, vermoedelijk omdat deze methode minder kapitaalintensief was.
Na de eerste 25 zalmen gingen muts of zuidwester af en klonk het danklied van de vissers op de wijs van Psalm 65.
Wij moeten Uwen Lof uitgalmen
En loven U o Heer,
Voor deze vijf-en-twintig zalmen,
En ’t aangename weer.
O leer ons dankbaar voor U leven,
Bestuur in gunst ons lot
Laat dat geloof ons nooit begeven
Dat Gij zijt Liefde, o God.
Ook bij de 50ste, 75ste, 100ste, en 125ste zalm werd een couplet gezongen. Er zijn twee coupletten bewaard gebleven. Het zou mooi zijn als men ooit nog de overige teksten kan achterhalen. De teksten die gezongen werden zijn heel oud zijn en misschien wel terug te voeren tot de tijd dat in de Lekkerkerkse kerk de altaren voor St. Pieter en St. Jacob stonden.
De grootste bron van informatie over de zalmvisserij is te vinden in het Algemeen Rijksarchief opgenomen oud archief van de N.V. Nassau la Lecq tot exploitatie van onroerende goederen. Hierin zijn weer andere archieven opgenomen. Daaruit blijkt dat er voortdurend twisten waren tussen de Heren van de Lek en hun afstammelingen over gedeelten van de rivieren.
Behalve zalmvissers waren er ook handelaren die de aangevoerde vis opkochten. Enkele bekende namen zijn Van Soest, Klerk, Van der Wal en Banen. De zalmafslag vond plaats op de stenen muur schuin tegenover de Herberg De Groote Boer. Nu is op deze historische dorpsplek Het Chinees Kantonees restaurant Golden River gevestigd. Hoe deze plek zich van Posthuis met herberg in 1562 ontwikkelde tot Herberg De Groote Boer met rechtbank is te lezen onder deze link.
Omstreeks 1750 werd de zalmafslag verplaatst naar Krimpen aan de Lek. Later werd de Krimpense zalmafslag verplaatst naar het Kralingse Veer. Het Zalmhuis daar herinnert nog aan de periode dat rond het Kralingse Veer heel veel zalmen werden gevangen en daar dus ook werden verhandeld.
Toen in 1575 de kerk in Lekkerkerk door de Spanjaarden is verwoest schonken Gouda en Amsterdam ieder begin 1600 een gebrandschilderd raam voor de nieuwe kerk. Hoewel de afbeeldingen in de ramen niet bekend zijn, ligt het een beetje voor de hand dat daarin ook aandacht is besteed aan de zalmvisserij. In de archieven wordt ook melding gedaan van verkoop van zalmen aan Alkmaar. Op de Markt in Gouda en in de Warmoestraat van Amsterdam zijn trouwens gevelstenen van een zalm te vinden.
Vanwege de roofbouw op de zalm en de achteruitgang van de waterkwaliteit werden er steeds minder zalmen gevangen. Voor de vissers rond 1850 zal het geen vetpot meer geweest zijn. De meeste van hen waren in dienst op de zalmvisserijen de Hoop, de Snackert, de Merode, Prins Hendrik of de Volharding. Men heeft nog wel geprobeerd om het tij te keren. In 1853 was er onder de regering van Koning Willem III een commissie voor kunstmatige visteelt. In 1871 begon professor Hubrecht met de teelt van jonge zalm. In 1875 werd in de uiterwaarden van het kasteel Bilioen bij Velp een kwekerij voor zalm ingericht. Het had allemaal maar weinig succes. Uit een regeringsrapport van 1908 bleek dat er toen nog tien zalmvisserijen waren met 495 vissers, tegen twintig zalmvisserijen in 1885. In Lekkerkerk was er in 1911 nog één zalmvisser met, bij goede vangst, enkele helpers.
Met het verdwijnen van de zalm uit de rivier de Lek stierf in Lekkerkerk het vissersberoep uit. Een 25-tal springende bronzen zalmen op de stenen muur vestigt de aandacht op dit verleden. Het siert nu de oprit naast het voetveer. Ook het schilderij van De Groote Boer, het oude uithangbord van de voormalige Herberg De Groote boer in de oudheidkamer ’t Kruisgebouw van de Historische Vereniging en de voormalige directeurswoning van zalmhandelaar Kersbergen aan de Voorstraat 17 herinneren aan de zalmvisserij, evenals nog enkele zaken in de Grote of Johanneskerk.